klein kerstverhaal

Klein kerstverhaaltje

WAARHEID EN PARABEL

Dit (kerst)verhaaltje is gebaseerd op een oude parabel.

Het is een koude winteravond. Waarheid sleept zich voort. Ze is moe en hongerig. Na een lange barre tocht is ze dan eindelijk in een klein dorpje beland. Ze heeft het ijskoud en hoopt dat ze hier onderdak en wat voedsel zal kunnen bemachtigen. Ze weet wel dat de mensen haar liever niet zien. In het vorige dorp is ook al weggejaagd. Vooral in de deze tijd rond kerstmis, lijkt het wel of mensen een extra aversie koesteren tegen haar aanwezigheid. Haar naaktheid maakt hen bang.
Uitgeput en hongerig sleept ze haar vermoeide lijf het dorp in en houdt stil bij een huisje. Binnen is het warm en gezellig. Een familie aan tafel eet de verrukkelijkste spijzen. Iedereen is kleurrijk aangekleed en er wordt luidkeels gelachen en gezongen. Een prachtige kerstboom staat te schitteren in de kamer. Wat verlangt Waarheid naar warmte en licht. Ze waagt het erop en klopt aan.
De man des huizes doet open en schrikt als hij Waarheid ziet. Hij scheldt haar de huid vol. Wegwezen. Waarheid rent weg, bang dat hij haar geweld aan zal doen. Ze probeert het bij een ander huis. Ook daar wordt ze bruut weggestuurd. En zo gaat het verder. Waar ze het ook probeert. De mensen zijn bang, boos of wreed tegen haar of staren haar in stille verschrikking aan.
Moe en uitgeput schuilt Waarheid ten einde raad ergens onder een afdakje. De sneeuw jaagt door de smalle straatjes.
Dan, plotseling, wordt de deur van het huis tegenover haar geopend. Een beeldschone vrouw stapt naar buiten en loopt op Waarheid af. Ze heeft lange krullen, haar armen zijn bedekt met de mooiste armbanden, in haar oren schitteren glinsterende oorbellen. Ze glimlacht. Kom, zegt ze, haar sieraden rinkelen in de wind, kom maar met mij mee naar binnen. Ik zal je helpen.
Waarheid laat zich meenemen het huis in. Het is er warm en gezellig. Overal staan kaarsen, lichtjes, beelden, snuisterijen.
Welkom, zegt de mooie vrouw. Ik ben Parabel en ik weet wie jij bent. Jij bent Waarheid. Waarheid knikt.
Ik zal je helpen, vervolgt Parabel. Kom mee. En ze troont Waarheid mee naar haar slaapkamer. Ze opent de kast en toont haar de prachtigste kleren. Ze haalt er zijden onderjurken uit, fluwelen rokken, satijnen bloesjes, een kleurrijke stola, en een lange rode cape. Hier, trek aan, zegt ze. Waarheid weet niet zo goed wat ze moet doen, maar Parabel dringt aan. Toe, kleed je aan, ik geef je straks wat eten. Hier… , ze hangt wat kettingen om de nek van Waarheid. Waarheid staat er onwennig bij met al die mooie kleren.
Als Parabel tevreden is over het resultaat neemt ze Waarheid mee naar de spiegel. Luister, zegt ze, mensen houden niet van de naakte waarheid, maar als je je mooi aankleedt, en je verschijning is aardig, dan willen de mensen je graag ontvangen. Ze zullen je met liefde opnemen in hun midden en naar je luisteren.
Waarheid bedankt Parabel, verlaat het huis en inderdaad… vanaf dat moment wordt ze overal met open armen ontvangen.

Mieke Bouma